Je tilt je arm op om iets van een plank te pakken en voelt meteen een stekende pijn in je schouder. Of je kleedt je aan en het omhoog brengen van je arm loopt vast. Pijn bij het heffen van de arm is een veelvoorkomende klacht, maar de oorzaak verschilt per persoon. Welke structuur verantwoordelijk is voor de pijn, bepaalt welke behandeling zinvol is. Dat vraagt om een gerichte beoordeling, geen giswerk.
De schouder is geen eenvoudig gewricht
De schouder bestaat uit meerdere gewrichten en structuren die samenwerken. Het bekendste deel is het glenohumerale gewricht, de verbinding tussen de bovenarm en het schouderblad. Daarnaast speelt het acromioclaviculaire gewricht een rol, de verbinding tussen het schouderblad en het sleutelbeen. Ook het schouderblad zelf beweegt over de bovenrug, wat de totale armheffing mogelijk maakt. Om dit allemaal met elkaar te verbinden zijn spieren, pezen en banden nodig.
Al deze structuren werken samen in een nauwkeurig afgestemd patroon. Wanneer één onderdeel niet goed functioneert, compenseert de rest. Die compensatie gaat prima voor een tijdje, maar leidt uiteindelijk tot overbelasting op andere plekken. Dat verklaart waarom schouderklachten zich soms verspreiden naar de nek, de bovenrug of de buitenkant van de arm. En waarom ze vaak in de bovenarm te voelen zijn en niet in de schouder zelf.
Bij Basis Fysiotherapie onderzoeken we de schouder altijd in zijn geheel. We kijken naar bewegingspatronen, kracht, stabiliteit en de positie van het schouderblad. Alleen zo krijgen we een betrouwbaar beeld van wat er werkelijk speelt.
SAPS: subacromiaal pijnsyndroom : de meest voorkomende oorzaak
Vroeger werd schouderpijn bij het heffen van de arm vaak aangeduid als een impingementsyndroom. Men dacht dat de pezen of slijmbeurs letterlijk bekneld raakten onder het schouderdak (acromion). Tegenwoordig wordt deze verklaring niet meer als de enige of belangrijkste oorzaak gezien. Onderzoek laat zien dat de klachten vaak het gevolg zijn van een combinatie van factoren, zoals peesveranderingen (tendinopathie), overbelasting, slijmbeursirritatie en veranderingen in de belasting van de schouder. Daarom is de term Subacromiaal Pijn Syndroom (SAPS) ingevoerd. Deze naam beschrijft de klachten beter, zonder één specifieke oorzaak te veronderstellen
Rotatorcufftendinopathie en scheuring
De rotatorcuff bestaat uit vier spieren: de supraspinatus, infraspinatus, teres minor en subscapularis. Samen zorgen ze voor de stabiliteit en geleiding van de bovenarm in het gewrichtskommetje. De supraspinatus loopt direct onder het schouderdak en is de meest kwetsbare pees bij overbelasting.
Rotatorcufftendinopathie betekent dat het peesweefsel geïrriteerd of degeneratief aangetast is, zonder dat er een volledige scheuring is. De pijn zit dan aan de buitenkant of bovenkant van de schouder en neemt toe bij belasting, met name bij heffen en draaibewegingen. De pees kan ook gedeeltelijk of volledig scheuren, wat bij oudere patiënten vaker voorkomt dan men denkt.
Bursitis subacromialis: ontsteking van de slijmbeurs
De bursa subacromialis is een klein zakje gevuld met vloeistof, gelegen tussen het schouderdak en de rotatorcufpezen. Het fungeert als kussen om wrijving te verminderen bij armheffing. Wanneer de slijmbeurs overbelast of geïrriteerd raakt, zwelt hij op. Dat heet bursitis.
Bursitis geeft een diepe, zeurende pijn in de schouder die kan uitstralen naar de bovenarm. De pijn is aanwezig bij armheffing, maar ook in rust, met name ’s nachts. Liggen op de aangedane schouder is dan nauwelijks mogelijk. Bursitis ontstaat vaak door herhaalde overbelasting, een val op de schouder of als gevolg van een reeds aanwezige impingement.
Behandeling is gericht op het verminderen van de irritatie en het herstellen van de bewegingsruimte onder het schouderdak. Dat betekent rust voor de slijmbeurs, maar niet volledige immobilisatie. Gerichte mobilisatie en het corrigeren van de schouderhouding zijn essentieel om te voorkomen dat de bursitis terugkeert.
Schouderbladpositie en bovenrugfunctie
Een onderbelichte factor bij pijn tijdens armheffing is de positie en het bewegingspatroon van het schouderblad. Het schouderblad moet tijdens armheffing gelijktijdig omhoog en naar buiten roteren. Dat vergroot de ruimte onder het schouderdak en zorgt voor een soepele beweging. Wanneer de bovenrugspieren, met name de serratus anterior en de onderste trapezius, te zwak zijn, lukt die rotatie niet goed.
Het schouderblad kantelt dan naar voren of beweegt te weinig mee bij het heffen van de arm. De arm komt alsnog omhoog, maar het schouderdak nadert de pezen dichter dan gewenst. Op termijn leidt dit tot irritatie en pijn. Dit patroon zien we vaak bij mensen die langdurig zitten, weinig sporten of een voorovergebogen werkhouding hebben.
Binnen de behandelmethode Shoulder Science wordt veel aandacht besteed aan het herstellen van deze schouderbladfunctie. In plaats van uitsluitend de pijnlijke pezen te behandelen, richt deze methode zich op het verbeteren van de samenwerking tussen de spieren van het schouderblad, de rotator cuff en de romp. Door gerichte oefeningen voor de serratus anterior, de onderste trapezius en de bovenrug wordt het schouderblad weer stabieler en beweegt het beter mee tijdens armheffing. Hierdoor neemt de belasting op de pezen af en kan de schouder weer pijnvrij en krachtig functioneren. De oefeningen worden stapsgewijs opgebouwd, zodat de belastbaarheid van de schouder geleidelijk toeneemt en de kans op terugkerende klachten kleiner wordt
Cervicale uitstraling: pijn vanuit de nek
Niet alle schouderpijn heeft zijn oorsprong in de schouder zelf. Zenuwen die vanuit de cervicale wervelkolom, de nek, lopen naar de arm, kunnen bij irritatie of beknelling pijn geven die voelt als schouderpijn. Dit heet cervicale radiculopathie wanneer een zenuwwortel bekneld is, of cervicogene schouderpijn wanneer de pijn via andere zenuwpaden uitstraalt.
Het onderscheid is klinisch relevant. Bij echte schouderpathologie nemen de klachten toe bij schouderbelasting en armheffing. Bij cervicale uitstraling beïnvloeden nekbewegingen de pijn, en kunnen tintelingen of een doof gevoel in de arm aanwezig zijn. Soms zijn beide factoren tegelijk aanwezig, wat de beoordeling complexer maakt.
Bij Basis Fysiotherapie testen we bij elke schouderpresentatie ook de cervicale wervelkolom. We gebruiken specifieke proeven om te bepalen of de nek betrokken is bij de klacht. Die informatie stuurt de behandelkeuze direct. Behandel je de verkeerde structuur, dan boek je geen resultaat.
Pijn bij het heffen van de arm heeft altijd een oorzaak die te onderzoeken en te behandelen is. Of het nu gaat om een geïrriteerde slijmbeurs, een overbelaste pees of een bewegingsprobleem van het schouderblad, gerichte behandeling maakt het verschil. Neem contact op met Basis Fysiotherapie en maak een afspraak voor een schouderonderzoek. We brengen samen in kaart wat er speelt en werken toe naar herstel van uw schouderfunctie.
